Het percentage gewichtsverlies laat zien hoeveel je gewicht is veranderd ten opzichte van je startpunt. Het kan een duidelijkere manier zijn om controles te vergelijken dan alleen kilo’s of ponden, vooral als je notities voor een GLP-1-controle bijhoudt. Het blijft maar één getal. Het zegt niet of een medicijn geschikt voor je is en laat veranderingen in eetlust, symptomen, kracht of welzijn niet zien.
Gebruik deze berekening: deel het verloren gewicht door je startgewicht en vermenigvuldig de uitkomst met 100. In woorden: percentage gewichtsverlies is verloren gewicht gedeeld door startgewicht, maal 100. Gebruik voor beide gewichten dezelfde eenheid. Je kunt kilogrammen of ponden gebruiken, maar meng ze niet in één berekening.
Iemand die met 100 kg begon en nu 95 kg weegt, is bijvoorbeeld 5 kg kwijt. Deel 5 door 100 om 0,05 te krijgen en vermenigvuldig dat met 100. De uitkomst is 5%. Dezelfde methode werkt in ponden: 11 pond gedeeld door 220 pond, maal 100, is ook 5%.
Noteer zowel de datum van je startgewicht als die van je huidige gewicht. Zonder datums heeft een percentage weinig context. Dezelfde verandering in twee weken betekent iets anders dan in meerdere maanden, en geen van beide getallen vertelt wat er in die periode speelde.
Weeg voor een stabieler overzicht waar mogelijk onder vergelijkbare omstandigheden: dezelfde weegschaal, ongeveer hetzelfde tijdstip en vergelijkbare kleding. Als je dagelijks weegt, kun je een weekgemiddelde of een vast wekelijks meetmoment gebruiken in plaats van het hoogste of laagste getal. Zo beïnvloeden normale dagelijkse schommelingen de uitkomst minder.
Gebruik het percentage als hulpmiddel voor een gesprek, niet als score. Noteer daarnaast hoe eten, drinken, eetlust, spijsvertering, activiteit en mogelijke bijwerkingen gingen. Je voorschrijver kan die gegevens bekijken in het licht van je gezondheid en behandelplan. Verander je dosis, schema of medicijn niet op basis van een percentageberekening.