Verzadiging en maaltijdgrootte kunnen veranderen bij gebruik van een GLP-1. Voor sommige mensen is dat een duidelijke verandering; voor anderen blijft het patroon wisselend. Een record kan helpen om je eigen ervaring te beschrijven zonder te beslissen of je maaltijden goed of fout zijn.
Noteer voor een maaltijd hoe hongerig je was, hoe snel je je vol voelde en of je daarna prettig of oncomfortabel vol was. Schrijf ongeveer op wat je hebt gegeten en wanneer, maar maak van het record geen beoordeling. Het doel is te zien of een bepaald tijdstip, type maaltijd of routine steeds samenhangt met je ervaring.
Let ook op drinken en spijsvertering. Noteer of je normaal kon drinken, misselijk was, moest braken, verstopt was of diarree had. Schrijf op wanneer het gebeurde en of het invloed had op werk, slaap of andere activiteiten. Een patroon dat je zorgen geeft, moet je met een bevoegde zorgprofessional bespreken.
Vergelijk je maaltijden vooral met je eigen gebruikelijke patroon. Een kleinere maaltijd is niet automatisch een probleem en een grotere maaltijd betekent niet automatisch dat de behandeling niet werkt. De juiste interpretatie hangt af van je medicijn, gezondheid, andere behandelingen en persoonlijke omstandigheden.
Gebruik je notities voor een controle. Vraag wat je moet bijhouden en welke veranderingen je moet melden. Volg de bijsluiter en het advies van je voorschrijver. Verander je dosis, schema of medicijn niet om een maaltijdpatroon te beïnvloeden.